Ga naar de inhoud
Historische foto van twee mensen op ski’s die naar de bergen kijken, met daarnaast de oude Wartherhorn-Express.

Geschiedenis, traditie en een vleugje eigenzinnigheid.

Twee bergdorpjes die rechtstreeks uit een prentenboek lijken te komen: authentiek, traditiebewust en vol verhalen. Hier gaan traditie en authenticiteit hand in hand – en dat met een flinke dosis eigenheid. Warth en Schröcken zijn niet zomaar plaatsen, het zijn belevenissen – gekenmerkt door de Walser-cultuur, die hier al eeuwenlang thuis is. Vaak worden ze als ‘eigen’ bestempeld, maar het enige ‘eigen’ aan deze plaatsen is hun onmiskenbare geschiedenis: wie denkt dat de inwoners van Warth en Schröcken tot de Bregenzerwalders behoren, heeft geografisch gezien weliswaar gelijk, maar dat klopt niet helemaal. Want hier heerst de Walser-geest. Andere klederdrachten, andere tradities, een ander dialect. En wel zo anders dat zelfs de overgang van de basisschool in Warth-Schröcken naar de middelbare school in het slechts 20 minuten verderop gelegen naburige dorp vroeger neerkwam op een cultuurschok: de taal van de Bregenzerwalders was voor veel Walser-kinderen een echte tongbreker.

"In het begin vroeg ik me af waar ik terecht was gekomen. Ik begreep er niets van – gelukkig werd de les in het Standaardduits gegeven."

Historische foto van oude houten schuren.

De Walsers: pioniers van de bergen.

Warth, Schröcken en Lech vormen het gebied van de Tannberg, omringd door de Arlberg in het oosten, het Tiroolse Lechtal in het noorden en het Bregenzerwald in het westen. De drie plaatsen delen een gemeenschappelijk verleden: ze werden in de 14e eeuw (ca. 1300), gedreven door schaarse hulpbronnen en hun zoektocht naar nieuwe leefgebieden, bevolkt door de Walsers, die afkomstig waren uit het Zwitserse kanton Wallis.
In Warth en Schröcken troffen zij een onherbergzaam hooggebergtelandschap aan, waarin zij met moed, vakmanschap en vindingrijkheid een thuis vonden.
Historische afbeelding van een man die een houten vat op zijn rug draagt.

Meester in overleven en vakmanschap.

De Walsers waren niet alleen bekwame kolonisten, maar ook ware meesters in hun vak. Het waren pioniers die in elke uitdaging een kans zagen. Als zelfvoorzieners waren ze niet alleen boeren, alpenherders en kaasmakers, of vaak ook jagers, imkers en schnapsstokers – ze toonden ook talent als kleermakers, schoenmakers, smeden, timmerlieden, kuipers of zadelmakers. Deze veelzijdigheid maakte hen veerkrachtig en onafhankelijk. Hun vakmanschap komt tot uiting in hun architectuur: Walserhuizen, met hun karakteristieke gevels met dakspanen, bepalen nog steeds het beeld van de dorpen. Ze combineren eeuwenoude bouwkunst met moderne gastvrijheid. De architectuur is typisch voor Vorarlberg: laagbouw houten huizen met gevels bedekt met dakspanen, die vooral in de winter een romantische sfeer uitstralen. En dat gebeurt vaak – we hebben immers Frau Holle als het ware aan onze kant.
Historische foto van mensen die in een ligstoel van de zon genieten.

Sneeuw, sneeuw en nog meer sneeuw.

Met een hoogte tussen 1.200 en 1.500 meter en tot wel 11 meter sneeuw per jaar behoort Warth-Schröcken tot de meest besneeuwde skigebieden van Europa. Al in de 17e eeuw gebruikten de Walsers de sneeuw om hun sleeën met hooi naar het dal te vervoeren – tegenwoordig trekt de poedersneeuw wintersporters uit de hele wereld aan.
Vergelijkingsfoto van een oude boerderij – vroeger en nu.

Warth.

Een bergdorp dat traditie en toekomst verenigt.

Vergelijkingsfoto van de kerk in Warth – vroeger en nu.
Uitzicht op het dorp Warth, volledig bedekt met sneeuw, met twee oude houten huizen op de voorgrond.
Klein, maar fijn! Midden in een majestueus berglandschap, op 1.500 meter hoogte, ligt Warth – de hoogstgelegen gemeente van Vorarlberg. En hoewel het klein is, heeft het grote verhalen te vertellen. Het idyllische bergdorp, dat grenst aan de natuurlandschappen van Tirol, betovert met zijn authentieke charme en een geschiedenis die diep geworteld is in de tradities van de berglandbouw. Met zijn 168 inwoners straalt het een intieme, bijna familiale sfeer uit, die bezoekers het gevoel geeft in een ander tijdperk te duiken. Hier, waar de adem van de bergen nog voelbaar is en de natuur binnen handbereik ligt, behoudt het dorp zijn unieke karakter. Het is deze heel bijzondere mix van traditie en ongerepte natuur, maar ook van innovatie en een blik op de toekomst.
De kerktoren van Warth, met daarvoor het huis Wiltrud en daarachter de skipiste.

Parochiekerk van de heilige Sebastiaan.

De parochiekerk van de heilige Sebastiaan in Warth am Arlberg is niet alleen een spiritueel centrum, maar ook een echt juweeltje met een rijke geschiedenis. Wat maakt haar zo bijzonder? Ze staat op de monumentenlijst – dus echte cultuur! Oorspronkelijk was de kerk slechts een dependance van Lech. Maar tussen 1590 en 1592 werd ze gebouwd, in 1602 ingewijd en in 1625 tot zelfstandige parochiekerk verheven. Daarna ging het in rap tempo: uitbreiding (1749–1752), een nieuwe uitstraling met stucwerk (1791) en een complete herbouw (1893–1895) door bouwmeester Fidel Körner. Sinds 2012 behoort de kerk officieel tot het decanaat Hinterwald. De parochiekerk valt op door haar neoromaanse stijl, een harmonieus zadeldak en de opvallende noordtoren met spits. De ommuurde begraafplaats en het eenvoudige lessenaarsdak van het voorgebouw maken het plaatje compleet.
Het Walserhus in Warth, op de voorgrond vallen sneeuwvlokken.

Walserhus: prachtig vakmanschap & een eeuwenoude, indrukwekkende woning.

Zo is bijvoorbeeld het „Walserhus“ in Warth een getuigenis van vervlogen tijden en een schoolvoorbeeld van de bouwkunst van de Walsers: een architectonisch meesterwerk. Wie in Warth rondloopt, kan bijna niet om het Walserhus heen – en waarom zou je ook? Dit indrukwekkende blokhuis met door de zon gebruinde gevels, een statig zadeldak en een opvallende voorgevel met traditionele schuiframen is niet alleen een architectonisch meesterwerk, maar ook een echte reis terug in de tijd.

De ligging direct naast de parochiekerk St. Sebastian, de architectuur en de afmetingen wijzen op welgestelde voormalige eigenaren. Een blik op de zolder onthult vondsten uit de 15e eeuw en maakt de geschiedenis tastbaar. Ja, je leest het goed – ergens rond 1400! De bouwstijl? Echte timmermanskunst. De zogenaamde ‘Strickbau’ is de blikvanger: balken worden hier kunstig in elkaar verweven en stapelen zich als bij toverslag op tot een stabiel, indrukwekkend geheel. Daarnaast is er het opvallende zadeldak, dat majestueus rust op de hoge gevelwanden – gewoonweg wauw! Maar ook de details zijn indrukwekkend: de traditionele ‘Laube’ voor de voordeur – een soort mini-podium – heet je welkom met zijn typische Walser-karakter. Het Walserhus kan ook vandaag de dag nog alleen van buitenaf worden bewonderd, aangezien het nog steeds bewoond is.

Hochkrumbach.

Van bedevaartsoord tot verlaten gemeente.

Historische foto van Hochkrumbach, volledig bedekt met sneeuw.
Wie ooit in Warth-Schröcken is geweest, kent deze plek: de Simmel op de Hochtannbergpas. En wie de indrukwekkende Rundhäcker beklimt, komt terecht bij een van de weinige wereldvredeskruisen ter wereld. Iets lager troont een klein kerkje: de Sint-Jakobuskerk, die in 1550 werd gebouwd. Deze kerk is de hoogstgelegen parochiekerk van Vorarlberg en was al in de 16e eeuw een geliefd bedevaartsoord.

Laten we hier even een korte uitstap maken naar de geschiedenis van Hochkrumbach: in 1687 werd Krumbach, na de afscheiding van de moederparochie, een zelfstandige gemeente. Vanaf 1777 werd er zelfs les gegeven en nog in 1835 kregen in Hochkrumbach vijf jongens en vier meisjes onderwijs. Terwijl Hochkrumbach in 1692 twaalf huizen telde die het hele jaar door bewoond waren, 50 communicanten en in 1800 nog 13 statige Walserhuizen, werd Hochkrumbach in 1840 al aangeduid als de kleinste en armste gemeente van het land. Door de leegloop waren er in 1860 nog maar 20 zielen overgebleven en zo werd de parochie in 1856 opgeheven.

Historische foto van de Kalbelesee, met op de achtergrond de Biberkopf.

Kalbelesee: een meer vol geheimen.

De Kalbelesee is niet alleen een alpenidylle, maar ook het toneel van een duistere legende.
Men zegt dat wanneer de wind door het gras langs de oever van de Kalbelesee waait, er soms een belletje te horen is: het zielige geluid dat vanaf de bodem van het meer klinkt. Hier zou een mooi kalf samen met zijn trotse eigenaar in de grond zijn gezonken. Volgens de legende aanbad de rijke boer uit het Bregenzerwald zijn prachtige kalf zozeer dat hij het als een mens bij het beekje liet dopen. Zijn arrogantie bleef echter niet ongestraft en zo spleet de aarde open, die het arme dier samen met de verliefde boer verslond. De donkere kuil vulde zich vervolgens met water en zo ontstond de Kalbelesee. Tegenwoordig is het meer een waardevolle biotoop met zeldzame flora en fauna – een plek waar de legende van weleer samenkomt met de alpiene idylle van vandaag.

"Kalb & Bauer zijn hier door de grond opgeslokt."

Schröcken.

Een verspreide nederzetting vol leven.

Vergelijkingsfoto van de kerk in Schröcken – vroeger en nu.
Historische foto van de muziekkapel van Schröcken.
Schröcken telt 220 inwoners en lijkt, met zijn verspreiding over negen percelen en hoogteverschillen tot wel 500 meter, op een lappendeken van natuur en mens. Het dorp strekt zich uit over negen percelen en loopt van 1.150 meter in Unterboden tot aan de Körbersee op 1.660 meter. De naam „Schröcken“ komt uit het Middelhoogduits en betekent „uit elkaar spatten“ of „splijten“ – een treffende beschrijving van het ruige berglandschap rondom het dorp. De uitgestrekte nederzetting op grote hoogte in een grandioos berglandschap bepaalt het beeld net zo goed als de mensen die er wonen. Hier heerst een zeer actieve dorpsgemeenschap. Met acht verenigingen zijn jong en oud hier nauw met elkaar verbonden – een echt bewijs van levende traditie.
Historische afbeelding van het altaar van de kerk in Schröcken.

Parochiekerk van de Hemelvaart van Maria.

Ook de parochiekerk in Schröcken staat op de monumentenlijst en begon als een filiaal van de parochie van Lech. De kerk werd in 1639 ingewijd, werd in 1640 een kapelaanskerk en in 1661 een zelfstandige parochie. Er volgde een uitbreiding (1726–1732) en in 1785 werd de iconische toren toegevoegd, bekroond met een spits (1786). Na een brand in 1863 werd de kerk tot 1867 herbouwd – een frisse uitstraling, maar met een oude ziel! Van
buiten: het neoromaanse schip en het licht teruggetrokken koor worden overspannen door een zadeldak. Zeldzaam is de toren met een achthoekige bovenverdieping en geluidsopeningen met rondbogen. Binnen bijzonder indrukwekkend: de glas-in-loodramen bij de rondboogramen, die het koor sieren met taferelen van de heilige Agnes en de heilige Aloysius.
Historische foto van de kapel Schröcken Unterboden.

De Tannbergbrug en de oudste kapel van Warth-Schröcken.

Als je in Warth-Schröcken op pad bent, ben je er vast al overheen gelopen: de Tannbergbrug. Hoewel hij vandaag de dag misschien onopvallend lijkt, was hij in 1935 een waar bouwwonder – hij gold destijds immers als de op twee na grootste boogbrug van Europa! Een echt prestigeproject dat de percelen Oberboden en Stutz via het Wolfstobel met elkaar verbindt.
Vóór de bouw van deze brug? Pff, toen was de tocht een heel avontuur. De kloof van de Wolfstobel moest moeizaam worden doorkruist – geen sinecure als de bewoners bijvoorbeeld op weg waren naar de in 1639 gebouwde parochiekerk! Gelukkig was er voor de gelovige bewoners aan de andere kant van de Wolfstobel al vroeg een alternatief: de kapel van de Aankondiging van Maria in Unterboden.

En deze kapel? Een echt historisch juweeltje. De eerste vermeldingen dateren al uit het jaar 1269 – ja, je hoort het goed, een terugblik naar de middeleeuwen! Dit wordt bevestigd door muurresten die dateren uit circa 1600 – waarmee het het oudste sacrale gebouw van het dorp is. De huidige kapel, die tussen 1774 en 1778 werd afgebroken en herbouwd, straalt barokke pracht uit en vertelt verhalen uit vervlogen tijden. Bijzonder indrukwekkend is het neogotische altaar, dat teruggaat tot de 18e eeuw. En aan de zijmuren? Daar stralen de afbeeldingen van de heilige Apollonia en de heilige Theresia, die vermoedelijk nog ouder zijn. De kapel van de Aankondiging van Maria en de Tannbergbrug – nog meer getuigenissen van een bewogen geschiedenis.
Bruisend water in de Gletschermühle in Schröcken.

De gletsjermolen – Een geologisch hoogtepunt met een wellness-factor.

In Schröcken bevindt zich een waar overblijfsel uit de ijstijd: de gletsjermolen, door de lokale bevolking ook wel „Fellchessel“ genoemd. Vroeger dacht men dat heksen, reuzen of zelfs de duivel hier hun hand in hadden, maar tegenwoordig is het duidelijk dat het om Moeder Natuur gaat. Smeltwater dat met snelheden tot wel 200 km/u door de gletsjerspleten raasde, heeft het gesteente uitgehold en dit indrukwekkende rotskunstwerk gecreëerd. De omvang van dit natuurverschijnsel? Die mag er zeker zijn! De Fellchessel kan zich meten met de grote gletsjerpotten die veelvuldig te vinden zijn in het Wallis, de regio waar de Walsers vandaan komen. De omvang is te danken aan de gletsjer die ooit tussen de Braunarlspitze, de Johanneskopf en de Zuger Hochlicht lag. Zelfs in de jaren ’60 waren hier nog ijsmassa’s! Tegenwoordig getuigen alleen nog veldnamen hiervan – en natuurlijk de gletsjermolen als bron van gezondheid en ware krachtbron. Want de opstijgende, negatieve zuurstofmoleculen maken van de Fellchessel een echte wellness-plek die de gezondheid bevordert: inademen, je gedachten de vrije loop laten, nieuwe energie opdoen.

"Dat zijn duivelsgaten! Een waar hekserij, of misschien zelfs het werk van Satan!"

Historische foto van de oude stoeltjeslift van Jägeralp.

Conclusie: meer dan alleen een wintersprookje.

Warth-Schröcken is meer dan een idyllische vakantiebestemming. Het is een plek die zijn wortels niet is vergeten. Een plek die verbindt: verleden en heden, natuur en mens, traditie en avontuur. Of je nu de geschiedenis verkent, je onderdompelt in de Walser-cultuur of geniet van de bergwereld – hier boven vindt iedereen zijn eigen hoogtepunt.

"Hierboven, waar de lucht helder is en de mensen hartelijk, komt traditie tot leven en wordt sneeuw een manier van leven."

Historische afbeelding van twee mannen die op een slee voor een boerderij zitten.

Foto's: Provinciebibliotheek Vorarlberg / Risch-Lau / Franz Beer

Plaats een reactie

Ik accepteer het privacybeleid